DigiTaal Nederlandse Taalkunde
Driemaandelijks tijdschrift
nummer 4, 2001


De rol van Internet voor minderheidstalen

Ulrike Vogl

Meertalig Internet

De meest gebruikte taal op het world wide web is ongetwijfeld het Engels. Het Internet is ooit begonnen als Amerikaans netwerk en was daarom in het begin bijna uitsluitend Engelstalig. In het vervolg kwamen er echter steeds meer talen bij en inmiddels kan er gerust beweerd worden dat het Internet zich tot een veeltalig informatie- en communicatiemedium heeft ontwikkeld: in 1999 was nog maar twee derde van de webpagina's in het Engels (vgl. Langer 2001).

Begunstigd werd deze ontwikkeling door een aantal bijzondere kenmerken van het medium Internet: het is niet plaatsgebonden en het maken van webpagina's is relatief goedkoop waardoor het mogelijk wordt om ook voor een heel klein publiek materiaal over een zeer specifiek onderwerp ter beschikking te stellen.
Wie verhalen in het Chiricahua Apache wil lezen [1] of belangstelling heeft voor een Quechua vertaling van een tekst van Gabriel García Márquez, [2] die kan terecht op de websites van de University of Pennsylvania respectievelijk die van Virginia. Een chatkanaal in het Sardisch wordt aangeboden op de website van de vakgroep Romanistiek van de Freie Universität Berlin. [3] Nederlandstalige pagina's zijn er op het world wide web al enkele tientallen miljoenen: ze staan op computers in Nederland en Vlaanderen maar net zo goed in Amerika, Oostenrijk, Hongarije of Nieuw-Zeeland en zijn over de hele wereld raadpleegbaar.

Europese minderheidstalen op Internet

Volgens Euromosaïc (vgl. Nelde 1996) worden er in de landen van de Europese Unie negentien talen gesproken die in geen enkel staatsverband de dominante standaardtaal zijn. Tot deze bijzondere groep van minderheidstalen behoren onder andere het Catalaans dat in Spanje, Frankrijk en op Sardinië wordt gesproken, het Welsh in het Verenigd Koninkrijk, het Bretons in Frankrijk, het Sardisch op Sardinië, het Galicisch in het noordwesten van Spanje, het Sorbisch in het oosten van Duitsland en het (Westerlauwers) Fries in Nederland. Het aantal sprekers van de hier genoemde minderheidstalen varieert tussen vijf miljoen sprekers (Catalaans in Catalonië) en ongeveer vijftigduizend (Sorbisch in Duitsland). Gemeenschappelijk hebben deze talen dat ze inmiddels - zij het in verschillende mate - allemaal tot de voertalen van het world wide web behoren.

Voor informatie over deze verschillende minderheidstalen en over internetpagina's in de respectievelijke talen kan men onder andere terecht op Eurolang: [4] op deze site wordt verslag uitgebracht over recente taalpolitieke ontwikkelingen - soms ook in de betrokken minderheidstaal, bijvoorbeeld in het Welsh. De pagina's van Mercator Education [5] stellen gegevens over het onderwijs in de minderheidstalen van de Europese Unie ter beschikking en verzamelen links naar sites over en in de verscheiden minderheidstalen. Een linkdatabase in opbouw met op het moment een 70-tal koppelingen naar pagina's over kleine Europese talen bevindt zich op de websites van EBLUL (European Bureau for Lesser Used Languages) [6]. Een ander mogelijk vertrekpunkt voor een zoektocht naar websites in en over minderheidstalen is de homepage van het ECMI (European Center for Minority Issues). [7]

Onderwijsmateriaal in en voor minderheidstalen waaronder woordenlijsten, beknopte grammatica's en soms hele uitgewerkte cursussen zijn ook in toenemende mate op Internet te vinden. Een voorbeeld voor het laatste is een cursus Gaelic voor beginners met de naam Bruidhinn ar Canàn. [8] Deze trend volgt eveneens Travlang [9] dat op haar sites een klein vertaalwoordenboek in de vorm van een database aanbiedt voor onder anderen ook een talencombinatie als Nederlands-Fries. Via sites zoals 101 languages [10] of WorldLanguage [11] kan bovendien ook "traditioneel" lesmateriaal - boeken, cassettes en cd-roms - in een aantal minder verspreide talen zoals Gaelic of Blackfoot worden besteld.

Nog niet vertegenwoordigd zijn de Europese minderheidstalen in de zoekopties van een grote zoekmachine als Altavista: [12] het aantal talen waarop met deze search engine kan worden gezocht is beperkt tot een stuk of twintig talen waaronder ook het Nederlands. Meer talen zijn te vinden op AllTheWeb [13] waarmee in sites in 46 verschillende talen kan worden gezocht, onder anderen in het Fries en in het Galicisch. Ook met Euroseek [14] kan bijvoorbeeld naar websites in het Welsh worden gezocht. De pagina's van Euroseek staan bovendien in 39 verschillende voertalen ter beschikking: de gebruiker van Euroseek heeft daardoor de mogelijkheid om bijvoorbeeld met een Friestalig zoekscherm naar pagina's in het Welsh te zoeken: de zoekopdracht "Blair" met de taaloptie "Welsk" levert een Welshtalige site van de BBC op waar verslag wordt uitgebracht over het Welshe referendum van 1997.

Nog een stap verder gaat het project DART [15] dat internettools in de verschillende Keltische minderheidstalen heeft ontwikkeld. Een Ierse, Welshe, Bretonse respectievelijk Gaelic versie van de internetbrowser Opera 5.02 kan sinds kort van de DART-homepage worden gedownload. Een Welshsprekende internetgebruiker kan dankzij DART niet alleen in Welshtalige sites surfen maar kan bovendien bijvoorbeeld e-mails vanuit een Welshtalige gebruikersinterface versturen.

Het Friese net

Om een indruk te geven van inhoud en opzet van websites in unieke regionale talen zal ik hieronder een beknopt overzicht geven van bestaande Friestalige webpagina's. Ook voor het Fries geldt dat het aantal sites in de eigen taal sterk is toegenomen. Als eerste Friestalige site wordt in verschillende bronnen de homepage van een Friese student genoemd die in 1994 in Groningen op het net verscheen.

Zeven jaar na deze primeur kan worden geconstateerd dat het aanbod aan Friese websites groter, gevarieerder en vooral ook professioneler is geworden. In de eerste plaats gaat het daarbij om Friestalige versies van in beginsel Nederlandstalige websites. De meeste Friese overheidsinstellingen, wetenschappelijke instituten, onderwijsinstellingen, culturele instanties, bibliotheken en archieven beschikken over twee- en soms drie- of viertalige homepages: Nederlands, Fries, Engels en in sommige gevallen ook Duits. Voorbeelden hiervoor zijn de Provincie Friesland, verschillende Friese gemeenten, de Fryske Akademy, het FLMD (Frysk Letterkundich Museum en Dokumintaasjesintrum), de toneelgroep Tryater en de Provinsjale Biblioteek fan Fryslân. Ook de Digitale Regio Friesland die een groot aantal verwijzingen naar Friese websites bevat, is inmiddels met een Friese versie op het net. [16]

Naast Friestalige versies van websites is er ook een groeiend aantal puur Friestalige sites. Links naar vooral eentalig Friese sites worden sinds kort bijeengebracht op Fryslân Link, [17] een professioneel opgezette helemaal in het Fries opgestelde site. Daarnaast is er met Frisyk [18] dat op de sites van de Fryske Beweging gehuisvest is ook de eerste Friese zoekmachine beschikbaar waarmee alleen in Friestalige sites op het web wordt gezocht.

Surftochten via Fryslân Link en Frisyk leveren in eerste instantie een groot aantal particuliere homepages in het Fries op van bijvoorbeeld Friese zangers of dichters. In veel gevallen bevatten ze naast biografische informatie ook links naar verwante sites. Daarnaast komt men bijvoorbeeld de homepages van de Friese literaire tijdschriften Trotwaer [19] en Hjir [20] tegen en eveneens het literaire internettijdschrift Kistwurk. [21] Met Friese pagina's op Internet vertegenwoordigd zijn bovendien Friese verenigingen (onder anderen de Friese jeugdorganisatie FYK, Frysk Ynternasjonaal Kontakt) [22] en de Leeuwarder fractie van de FNP, de Frysk Nasjonale Partij. [23] Vertaalbureau's die op vertalingen Nederlands-Fries gespecialiseerd zijn prijzen hun diensten via het world wide web aan [24] en een Friese spellingchecker is via de homepage van de Fryske Akademy downloadbaar. [25] Fryslân Link biedt sinds het begin van dit jaar bovendien een Friese chatroom aan.

Ook voor het Fries geldt dat sites in of over de eigen taal niet alleen vanuit Friese computers de wereld in gestuurd worden. Een homepage met Friese verwijzingen is evengoed in Sint Nyk [26] te vinden als in München [27] en de vakgroep Nederlands van de universiteit Wenen [28] verzamelt al sinds 1997 links naar sites over het Fries.

Taalbehoud en Internet

Het toenemende gebruik van talen zoals het Fries, het Sardisch en het Welsh op Internet is ongetwijfeld een zeer positieve ontwikkeling met het oog op het behoud van deze kleine, niet-dominante talen. In alle meerderheids-minderheidscontexten is er sprake van taalverschuiving, in een definitie van Weinreich (1953:68) de 'change from the habitual use of one language to that of another one' die in het uiterste geval tot het uitsterven van een taal kan leiden.

In Baker/Prys Jones (1998:155) worden als kenmerken van taalverschuiving de volgende verschijnselen genoemd:

  1. functieverlies, d.w.z. het gebruik van de minderheidstaal in een dalend aantal domeinen totdat ze uiteindelijk slechts binnen de gezinnen en in hechte dorpsgemeenschappen wordt gesproken
  2. de teruggang van het aantal sprekers van de minderheidstaal met tegelijkertijd een toenemende versplintering van het taalgebied: kenmerkend hiervoor is de 'intergenerational shift' d.w.z. dat de minderheidstaal steeds vaker niet meer door de ouders aan hun kinderen wordt doorgegeven
  3. een teruggang in de kwaliteit van de minderheidstaal: de woordenschat wordt niet verder ontwikkeld en het aantal leenwoorden en aan de meerderheidstaal ontleende constructies neemt toe
  4. het verschijnsel van de 'rememberers', mensen die de minderheidstaal in hun jeugd hebben leren spreken maar die de taal in een later stadium nauwelijks konden gebruiken en daarom weer zijn vergeten

Het gebruik van een minderheidstaal op Internet betekent dat de taal in kwestie een aantal domeinen - tenminste gedeeltelijk - heeft (her)veroverd.
Ten eerste heeft zij (weer) een functie als geschreven taal en als taal van de media: wie bijvoorbeeld het nieuws in het Fries wil lezen kan daarvoor terecht op de website van Omrop Fryslân, [29] een Friestalig dagblad zal hij/zij daarentegen tevergeefs zoeken. Tot een herleving van de minderheidstaal in geschreven vorm dragen niet in de laatste plaats de individuele communicatiekanalen van het Internet bij, het e-mailen en het chatten. Zij vormen qua tekstsoort een tussenvorm tussen geschreven en gesproken taal waardoor de drempel om ervoor een minderheidstaal te gebruiken aanzienlijk kleiner wordt - het zogenaamde 'orality effect' (vgl. Mensching 1999). Niettemin gaat het bij het e-mailen en chatten om geschreven taal en wordt er een bijdrage geleverd tot de verdere ontwikkeling van de minderheidstaal als schrijftaal. Dit zou de verdere ontwikkeling van de minderheidstaal op den duur ten goede kunnen komen.

Ten tweede heeft de minderheidstaal weer een functie als communicatiemedium voor de jongere generatie. Het gebruik van een minderheidstaal op websites en in gebruikersinterfaces zou jongeren kunnen motiveren om de minderheidstaal ook actief als voertaal voor het e-mailen of chatten te gebruiken.

Ten derde kan er met behulp van Internet en e-mail op een goedkope manier over grote afstanden worden gecommuniceerd en informatie worden uitgewisseld. Dit is vooral van belang wanneer het aantal sprekers klein en over een groot gebied verspreid is. Mensching (1999:13) constateert dat er in het kader van het door hem opgezette internetproject voor het Sardisch - Limba e curtura de sa Sardignia [30] - en de daarbij horende Sardische chatroom Tzarra voor het eerst sprekers van de dialecten Campidanesu en Logudoresu met elkaar en met geëmigreerde Sarden in bijvoorbeeld Frankrijk gecommuniceerd hebben. Een minderheidstaal zoals het Sardisch die inmiddels bijna uitsluitend als communicatiemiddel binnen gezinsverbanden wordt gebruikt, dient dankzij Tzarra ook weer - zij het op kleine schaal - als communicatiemedium over dorps- en dialectgrenzen heen.

Welke consequenties Internet, e-mail en chatrooms op langere termijn voor het lot van de kleine talen van Europa zullen hebben is moeilijk te voorspellen en zal wel in hoge mate van andere maatschappelijke en politieke factoren afhangen: variabelen zoals het taalbeleid van de nationale staten en het etnische besef van de taalminderheid zullen hierbij ongetwijfeld een cruciale rol spelen. Zij zullen er in sterke mate voor verantwoordelijk zijn of het schriftelijke gebruik van de minderheidstaal op Internet en via e-mail ook tot een frequenter gebruik van de minderheidstaal in andere schriftelijke domeinen zoals officiŽle brieven en printmedia zal leiden. Ook zal het Internet niet in staat zijn om de 'intergenerational shift' in zijn eentje te stoppen: als ouders hun kinderen niet meer in hun eigen taal opvoeden zullen de kinderen later ook niet in staat zijn om bijvoorbeeld in het Fries te chatten.

Wat het Internet zeker kan is een trend zetten - een trend in de richting van meer talige en culturele diversiteit ondanks en in zekere zin juist dankzij een toenemende globalisering van de communicatie.

Het Internet als corpus voor onderzoek naar minderheidstalen

Voor taalkundigen betekent de aanwezigheid van kleine talen op Internet dat er in toenemende mate authentiek tekstmateriaal in deze talen makkelijk toegankelijk wordt. Van Oostendorp & Van der Wouden (1998) hebben al op de mogelijkheid gewezen om het Internet als (aanvullend) corpus voor taalkundig onderzoek te gebruiken. Volgens hun berekeningen zou een taalkundige in 1998 in staat zijn geweest om via één zoekmachine gebruik te maken van een corpus van 150 miljoen Nederlandse woorden. Het grootste corpus van het INL bevatte op dat tijdstip daarentegen niet meer dan 38 miljoen woorden.

Mensching (1999) heeft in het reeds genoemde project Limba e curtura de sa Sardignia bewust gebruik gemaakt van het Internet om met bescheiden middelen een corpus voor het Sardisch op te bouwen. Dit gebeurt onder anderen door Sardischsprekers te motiveren om via e-mail teksten op te sturen die vervolgens op het net worden gezet. Daarnaast worden bijvoorbeeld de taaluitingen uit de Sardische chatroom gebruikt voor onderzoek naar quasi-mondeling taalgebruik. Voor minderheidstalen zoals het Sardisch waarvoor nauwelijks tekstmateriaal beschikbaar is, vormt het Internet duidelijk een bijzonder waardevolle taalkundige bron.

Voor het Fries geldt dat er al een behoorlijk taalcorpus voor zowel het Nieuwfries als ook het negentiende-eeuws Fries, Middelfries en Oudfries bestaat. Aan de opbouw van een Korpus Sprutsen Frysk naar analogie van het Corpus Gesproken Nederlands wordt inmiddels gewerkt. Het corpus voor het Nieuwfries bevat een doorzoekbare database van zo'n 25 miljoen woorden en is opgebouwd uit Friese boeken, wetenschappelijke tijdschriften en kranten. De in aanmerking komende schriftelijke bronnen voor het Fries zijn echter - vergeleken met die van bijvoorbeeld het Nederlands - beperkt. Zo is het bijvoorbeeld moeilijk om een omvangrijk Fries krantencorpus op te bouwen omdat er geen enkel puur Friestalig dagblad bestaat. De eerste en voorlopig laatste Friestalige aflevering van een krant - de Leeuwarder Courant - verscheen op 12 juni j.l. als eenmalige actie in het kader van het 'Europees Jaar van de talen'.

Door gebruik te maken van het corpus Internet zou het bestaande Friese corpus daarentegen makkelijk kunnen worden uitgebreid - zowel qua omvang als ook inhoudelijk omdat het Internet een zeer heterogene tekstverzameling vormt. Het spreekt vanzelf dat het Friestalige net vergeleken met het Nederlandstalige nog betrekkelijk klein is - volgens Langer (2001) bestond in 1999 0,0004% van het world wide web uit Friestalige pagina's terwijl er 0,94% van de pagina's in het Nederlands was. De kans is echter groot dat het Friese net al tijdens het schrijven van dit artikel weer een stukje in omvang is toegenomen.


Ulrike Vogl
Institut für Deutsche und Niederländische Philologie, Freie Universität Berlin
uvogl@zedat.fu-berlin.de


Bibliografie

Baker, Colin & Sylvia Prys Jones (1998). Encyclopedia of Bilingualism and Bilingual Education. Clevedon: Multilingual Matters Ltd.

Langer, Stefan (2001). Sprachen auf dem WWW. In: Henning Lobin (ed.), Sprach- und Texttechnologie in digitalen Medien. Proceedings der GLDV-Frühjahrstagung, 28.-30. März 2001. Justus-Liebig-Universität Gießen, 85-91. http://www.uni-giessen.de/fb09/ascl/gldv2001/proceedings/pdf/GLDV2001-langer.pdf

Mensching, Guido (1999). Lingue in pericolo e communicazione globale: il sardo su Internet. In: R. Bolognesi & K. Helsloot (eds.), La lingua sarda. L'identità socioculturale della Sardegna nel prossimo millennio. Atti del Convegno di Quartu Sant'Elena 9-10 Maggio 1997. Cagliari: Condaghes, 171 - 191. http://www.spinfo.uni-koeln.de/mensch/papers/articolo.html

Nelde, Peter (1996). The production and reproduction of the minority language groups in the European Union. Luxembourg: Office for Official Publications of the European Communities.

Oostendorp, Marc van & Ton van der Wouden (1998). Corpus Internet. Nederlandse taalkunde 3. 347-361.

Weinreich, Uriel (1953). Languages in contact. New York: Linguistic Circle of New York.


Noten

[ 1 ] Teksten in het Chiricahua Apache: http://etext.lib.virginia.edu/apache/ChiMesc2.html
[ 2 ] 'CyberQuechua': http://dolphin.upenn.edu/~scoronel/quechua.html
[ 3 ] 'Tzarra (Chat)': http://www.lingrom.fu-berlin.de/cgi-bin/bluechat.cgi
[ 4 ] Eurolang: http://www.eurolang.net/
[ 5 ] Mercator Education: http://www.mercator-education.org/
[ 6 ] European Bureau for Lesser Used Languages: http://www.eblul.org/
[ 7 ] European Center for Minority Issues: http://www.ecmi.de/
[ 8 ] Internet cursus voor Gaelic: http://www.smo.uhi.ac.uk/gaidhlig/ionnsachadh/bac/
[ 9 ] TravLang: http://www.travlang.com/
[ 10 ] 101 Languages: http://www.101language.com/
[ 11 ] WorldLanguage: http://www.worldlanguage.com/Languages/
[ 12 ] Altavista: http://www.altavista.com/
[ 13 ] AllTheWeb: http://www.alltheweb.com/cgi-bin/advsearch/
[ 14 ] Euroseek: http://www.euroseek.com/
[ 15 ] DART-project: http://www.eblul.org/dart/pages/en/welcome.htm
[ 11 ] WorldLanguage: http://www.worldlanguage.com/Languages/
[ 12 ] Altavista: http://www.altavista.com/
[ 13 ] AllTheWeb: http://www.alltheweb.com/cgi-bin/advsearch/
[ 14 ] Euroseek: http://www.euroseek.com/
[ 15 ] DART-project: http://www.eblul.org/dart/pages/en/welcome.htm
[ 16 ] Zie voor links naar deze sites Fryslân Link: http://frysk.cjb.net/
[ 17 ] Fryslân Link: http://frysk.cjb.net/
[ 18 ] Frisyk: http://www.fryskebeweging.nl/frisyk/
[ 19 ] Trotwaer: http://trotwaer.cjb.net/
[ 20 ] Hjir: http://www.hjir.net/
[ 21 ] Kistwurk: http://www.kistwurk.nl/
[ 22 ] FYK: http://www.fyk.nl/
[ 23 ] FNP Ljouwert: http://www.fnp-ljouwert.nl/index(1).htm
[ 24 ] Bijvoorbeeld 'Ut Ďe pin': http://home.zonnet.nl/kootstra38/
[ 25 ] Friese spellingchecker: http://www.fa.knaw.nl/infotype/webpage/viewmain.asp?objectID=506
[ 26 ] Homepage van het dorp Sint Nyk: http://www.sintnyk.net/
[ 27 ] Friestalige homepage te München: http://home.t-online.de/home/0894302156-0001/frysk.htm
[ 28 ] Friese links Wenen: http://www.ned.univie.ac.at/links/index.htm
[ 29 ] Omrop Fryslân: http://www.omropfryslan.nl/
[ 30 ] Limba e curtura de sa Sardignia: http://www.lingrom.fu-berlin.de/sardu/


[ Naar het begin van deze pagina ]   [ Naar de DigiTaal-openingspagina ]

Deze pagina is aangemaakt op 20-01-2002 door Matthias Hüning